10 jaar Ambiq: Jochem Marsman (Rietmolen)



Jochem Marsman (33 jaar) werkt als pedagogisch medewerker op locatie Erve ‘t Middelhoes in Rietmolen. Al ruim dertien jaar. Hij is betrokken geweest bij de start, heeft vele bewoners zien komen en gaan en was aan het werk tijdens de brand. Over een betrokken medewerker met hart voor de volwassen bewoners: “Bewoners willen hier oud worden.”
Ambiq is Jochems eerste werkgever. Eigenlijk is dit stichting ZON, een van de fusie-organisaties waaruit Ambiq is ontstaan. Daar heeft hij stage gelopen. “Na mijn opleiding ben ik hier blijven hangen. Ik heb eerst stage gelopen op Erve Woldhuis en ben daarna naar Rietmolen gegaan.” Vanaf de start is hij betrokken geweest bij Erve ’t Middelhoes. “Ook al biedt Ambiq grotendeels zorg voor jeugd aan, ik ben altijd in de volwassenenzorg blijven werken.”

Erve 't Middelhoes: een gevarieerde groep bewoners
Erve 't Middelhoes is een locatie in het rustige buitengebied van Rietmolen. Het bestaat uit drie gedeelten: het woongedeelte met de woonruimtes voor de bewoners, het centrale gebouw met verschillende ruimtes (creatief, sport en kantine) en de werkschuur waar bewoners en collega’s bezig kunnen zijn met houtbewerking. “Het is een mooie locatie. Het is dus een woongroep en dagbestedingslocatie in combinatie met behandeling. Denk aan therapie of EMDR.”

Op de locatie bevindt zich een gemengde doelgroep. Mannen, vrouwen, van 20 tot 60+ jaar oud: alles loopt hier door elkaar. De problematiek is uiteenlopend van hechting tot verslaving en van trauma tot agressie. Er is nu plek voor zo’n vijftien bewoners. “De locatie moet voor hen prikkelarm zijn. Vandaar dat we wat minder bewoners hebben dan voorheen, maar met een wat hogere zorgzwaarte. We geven hier immers 24-uurszorg, dus de prikkels moeten zo minimaal mogelijk gehouden worden. Anders vinden bewoners het lastig om hier te zijn.”

Met trots vertelt hij over een cliënt. Er kwam een paar jaar geleden een bewoner binnen waarmee we nauwelijks in contact kwamen. Hij gooide stenen vanuit de straat. Om daar doorheen te prikken, contact met hem te maken en uiteindelijk groei te zien; daar word ik heel blij van. En natuurlijk heb je soms baaldagen. Maar het kan ook heel goed gaan, want je ziet iemand groeien. Nu gaat hij met een lachend gezicht mee om brandhout te zagen en geeft hij zich op sommige dagen aan het eind van de dag een 10 als cijfer. Zo'n ommezwaai is goud. Je wilt als hulpverlener altijd meer, maar je mag best tevreden zijn met de resultaten die je behaald hebt.”



Naast de dagbesteding, wonen er ook bewoners op Erve 't Middelhoes
Jochem is persoonlijk begeleider van vijf bewoners. Daarnaast heeft hij ook veel contact met de persoonlijk begeleiders van andere bewoners. “De korte lijntjes zijn belangrijk. Op die manier kunnen we zo goed mogelijke programma's rondom de bewoner vormgeven.” Maar de shifts van wonen en dagbesteding zijn gescheiden. Dit doen ze bewust. “Dat biedt duidelijkheid voor de bewoner. Als ze vragen hebben over wonen, weten ze precies bij wie ze moeten zijn. Dat geldt ook voor vragen over dagbesteding. En als ze dan vanuit het wonen aan de dagbesteding beginnen, denken ze dat ze ook echt op hun werk zijn.”

Als bewoners overdag de dagbesteding volgen, zijn ze vaak 's avonds moe. “Ze zijn dan lekker in de weer geweest met allerlei activiteiten. Dat begint 's ochtends al bij het opstaan en het ontbijten en gaat een groot gedeelte van de dag door. Een kernwoord hierbij is zelfvertrouwen: bewoners moeten uiteindelijk een prettige dag hebben.” ‘s Avonds kunnen de bewoners dan naar hun woonruimte om hun eigen ding te doen. “Het is een thuis voor de bewoners. Dat huiselijke gevoel proberen we hen ook echt te geven en te laten voelen. Bij ons mag je zijn wie je wilt zijn. Bewoners die hier nu zitten willen hier ook graag oud worden. Het zou mooi zijn als dat ook mogelijk is. Naar de toekomst kijken kan niemand, maar we zijn op de goede weg met elkaar.”

Overdag met z'n allen bezig voor elkaar
Over het algemeen volgen de bewoners overdag dagbesteding. De werkzaamheden op de dagbesteding zijn niet te vangen in één zin. “Het is heel wisselend wat we doen. Maar we kijken altijd naar de bewoner zelf: wat heeft hij nodig en wat wil hij graag. Daar kunnen verschillende taken bij passen, zoals het inpakken van producten in dozen, omgaan met collega’s, zagen van brandhout en het onderhouden van een moestuin. Het onderhouden van de moestuin heeft als resultaat dat we in de zomer vaak appelmoes of jam kunnen maken. Daarnaast laten we elke maand een nieuw thema aan bod komen waarover we in gesprek gaan met de bewoners.”

Ook zijn er ook een flink aantal dieren op het terrein te vinden. “We hebben varkens, geiten, een pony en wat kippen. En sinds kort hebben we ook ezels. Daarvoor hebben we met de bewoners een heel verblijf gemaakt. Je hebt hier echt het boerderijgevoel als je op het terrein komt. Dat werkt ook goed voor de bewoners: je kunt ze verantwoordelijk maken voor de dieren en ze krijgen er een gevoel bij. Ze gaan zich hechten.”

Bewoners zijn ook druk in de weer met brandhout. Daar houden ze geld aan over, zodat ze iets leuks kunnen doen in de vakantieweken. “We zagen zelf en kloven hout in het bos op een landgoed in Diepenheim. Dit verkopen we. In de tijd dat we dit nu doen hebben we een aardig groot klantenbestand opgebouwd met ook wat vaste klanten. Bewoners krijgen dan een schouderklopje voor hun werk, wat hen weer trots maakt. Zo hebben we één vaste klant waar we elk jaar tien kuub hout heen brengen. Hij zorgt dat er tussen de middag altijd gebak is of een broodje knakworst. Daar willen onze bewoners wel het bed voor uit komen.”

Veel activiteiten van de dagbesteding konden tijdens corona doorgang blijven vinden. “We hebben geluk gehad met hoe het hier is verlopen tot nu toe. Het is wel aanpassen, maar dat heeft iedereen.”

Het dieptepunt in 2015: de brand
“Dat was heftig voor zowel de bewoners als voor ons als medewerkers.” De brand werd voor het eerst gespot door een bewoner. “Een bewoner kwam boven en zag rook uit de schuur komen. We hebben toen meteen de brandweer ingeschakeld. En dan is het even paniek.”

Een collega van Jochem heeft alle bewoners op een veilige verzamelplek gezet. “Daar hield iedereen zich gelukkig netjes aan. Ik heb vervolgens met een collega proberen de brand te blussen. We hebben de dieren in veiligheid gebracht, nadat een bewoner ons hierop wees. Je doet alles om ze te redden.”
“We hebben een tijd na de brand nog geduld moeten hebben voordat alles weer ‘terug’ was. Zo hebben we een hele tijd geen werkplaats gehad. De schuur is helemaal opnieuw opgebouwd. Bewoners hebben hier volop over mee gedacht. Het is natuurlijk belangrijk om hun wensen daarin mee te nemen, zodat we de ideale werkplaats zouden terugkrijgen.”

Focus op middelenbeleid om oog te hebben voor cliënten
Volgens Jochem valt er nog meer winst te behalen als iedereen binnen Ambiq weet wat er allemaal binnen de organisatie is. “Dat zou ik interessant vinden. Zo zit ik echt net in de werkgroep middelenbeleid.” Jochem heeft een opleiding gedaan over verslavingszorg. “Ik merkte namelijk dat we meer bewoners uit de verslavingszorg kregen. Ik ben naar voren geschoven om als projectleider deze werkgroep te leiden. Onverwachts, maar het is een leuke uitdaging. Zo kon ik de kennis uit de opleiding in de praktijk brengen.”

De werkgroep zoekt de samenwerking op met Tactus. “De werkgroep is in het leven geroepen om gehoor te geven aan de behoeftes van groepen op het gebied van middelenbeleid. Denk aan bijscholing, mogelijkheden en richtlijnen. We proberen mensen op de werkvloer te voorzien van handvaten om de juiste wegen te weten binnen het onderwerp.” De samenwerking met Tactus is tweeledig. Ambiq vraagt Tactus om mee te denken met de doelgroep op het gebied van preventie of in de behandeling. “Daarnaast merken we ook wel eens dat Tactus vragen stelt over ‘onze’ LVB-doelgroep. Daarin zijn wij specialist, dus kunnen we ze adviseren.”

Middelenbeleid in de volwassenenzorg is een actueel thema, juist doordat de doelgroep kwetsbaar  en gevoelig is voor verslaving. “Je kunt hierbij denken aan alcohol-, drugs-, game- en mediaverslaving. Wij zorgen met de werkgroep dat onze collega’s voorzien worden van tools. Denk aan handvaten om het gesprek aan te gaan met bewoners over dit onderwerp, intervisies vorm te geven voor taakhouders of handvaten voor het nazorgtraject. We zetten daarbij juist in op preventie, zodat ze minder snel in het gebruik zullen vallen.”

De volwassenenzorg in verbinding
“Ik denk dat er steeds meer aandacht komt voor de volwassenenzorg binnen en buiten Ambiq. Dat verdienen onze bewoners ook. We zijn en blijven druk bezig met onszelf te profileren. Daarnaast zien we bijvoorbeeld meer doorstroom vanuit de jeugdgroepen van Ambiq naar de volwassenenzorg. We vinden intern de samenwerking met onze collega’s van jeugd, bijvoorbeeld als een jeugdgroep een vraag heeft om fietsen te laten repareren. Dan komen wij in actie.”

“Ik vind het fantastisch om anderen te motiveren. Om het beste in ze naar boven te laten halen.” Jochem heeft dan ook een bewuste keuze gemaakt voor de dagbesteding in Rietmolen. “Ik kan niet stil zitten. Ik moet wat te doen hebben en ik werk graag mee aan projecten. Bovendien ben ik graag buiten aan het werk. Dat kan allemaal op de dagbesteding.”

Medewerkers en locatie in ontwikkeling
Erve 't Middelhoes kijkt ook vooruit. “We hebben wat wisseling gehad van medewerkers op de locatie. Nu hebben we een hecht team, en ik hoop dat dit zo kan blijven. Persoonlijk hoop ik dat ik me kan blijven ontwikkelen. Daarnaast hoop ik dat het werk net zo leuk blijft als het nu is. Doordat je meer kennis krijgt, wordt je werk ook leuker. Je kunt beter gedrag verklaren en zo de bewoners beter helpen.”

“Ik wil graag nog een tijd bij Ambiq blijven. Ik wil verder in dit onderwerp en deze doelgroep groeien. We hebben de afgelopen jaren best wat tegenslagen als organisatie gekregen, maar we zijn ze ook bovengekomen. Zolang we hard blijven werken met hart voor onze doelgroep, dan komen we er vast.”