Drie jaar na de decentralisatie

Bijdrage raad van bestuur



Het Centraal Planbureau (CPB) concludeert dat de helft van de Nederlanders denkt dat de bezuiniging de reden was van de decentralisaties en men ziet er nog geen voordelen in. Het aantal jeugdigen dat zorg krijgt is ongeveer gelijk gebleven de afgelopen drie jaar. Of de zorg er beter van geworden is, valt nog niet te zeggen. De gemeenten geven aan dat hun budget niet toereikend is en de administratieve lastendruk is ongekend hoog. Heeft de decentralisatie negatief uitgepakt? Dat valt nog maar te bezien.
Want, we kunnen ook zeggen dat de gemeenten hun burgers nu echt leren kennen, dat de toegang laagdrempelig is, want het aantal zorgvragers is niet minder geworden, dat het merendeel van de cliënten gewoon de zorg krijgt en er zijn niet meer incidenten dan voorheen. Gemeenten en aanbieders komen langzamerhand tot meer partnerschap en in de uitvoer weet men elkaar beter te vinden. 

Een nieuw zorgstelsel bouwen met elkaar, daar gaat een decennium over heen en wat de nieuwe wetten toevoegen zal later pas gemeten kunnen worden. Een belangrijke stap is, dat in alle regio’s, gemeenten en aanbieders er van doordrongen zijn dat er nu gezamenlijk vorm gegeven moet worden aan de nieuwe zorginfrastructuur en dat er drie thema’s zijn waarop in het komende jaar ingezet moet worden, namelijk:
  • Het versterken en verbeteren van de ketensamenwerking door het gehele zorglandschap heen.
  • Het leren van elkaar versnellen door het realiseren van een gezamenlijke leercyclus.
  • Passende hulp voorhanden ook bij complexe zorgvragen en het instellen van expertteams in alle regio’s.

Ambiq onderstreept het belang hiervan en dit sluit aan bij haar strategische visie ‘Ambiq 2020”. Maar om het echt anders te gaan doen begint bij de professional, bij betrokken en bevlogen medewerkers die geloven in de visie en die naast de cliënt en het gezin gaan staan en vanuit hun professionaliteit samen met cliënt en gezin onderzoeken wat nodig is. Professionals moeten daarom de ruimte krijgen om te leren, zodat zij altijd kunnen werken met de laatste kennis en de best bewezen methoden. Maar zij moeten ook ruimte hebben om te reflecteren, zodat zij gericht zijn op het verbeteren van eigen handelen en gericht zijn op het verbeteren van de zorg. Dat begint bij waardering en erkenning van het vak en een gedeelde visie op het belang van vak ontwikkeling.

Ambiq zou zonder haar medewerkers die omslag in denken en handelen niet hebben kunnen realiseren. Het vertrekpunt, ‘een intramurale opname is onderdeel van een ambulant traject en begint dus thuis, hoe intensief ook’, betekent een andere mindset en vraagt van professionals een andere werkwijze. Het belang van scholing, training, intervisie, reflectie en het kunnen werken met de laatste kennis vanuit onderzoek en de kennisdomeinen lijkt me dan evident.

Een medewerker noemde mij onlangs dat Ambiq veel vraagt van haar medewerkers en dat er sprake is van een hoge werkdruk, maar dat de mogelijkheid van leren, het goed toegerust worden en zichzelf kunnen ontwikkelen ook veel energie geeft, en dat betrokkene zich erkend voelt in zijn vak: “Het maakt mij een betere professional.” In zijn antwoord hoorde ik onze kernwaarden: betrokken, vakkundig en toekomstgericht!

En dat hebben we mijns inziens nodig om de transformatie te doen slagen. Werken vanuit een gezamenlijke visie en transformatieagenda en professionals, die werken vanuit hun professionele autonomie en zichzelf en hun vak willen verbeteren.

Ambiq zet daar op in, in 2018.

Tot ziens in 2018!

José Schilderinck
raad van bestuur