“Ik ben geslaagd als gezinshuisouder als ze me een klootzak noemen”



​Susy (51 jaar) en haar man Henry (62 jaar) hebben al veertien jaar een gezinshuis bij Ambiq. In die veertien jaar hebben ze zo’n dertig kinderen in huis gehad. Momenteel wonen er twee kinderen bij hen in Oldenzaal. Susy werkt bij Ambiq, Henry is inmiddels gepensioneerd. “Door het gezinshuisouderschap zien we elkaar nu veel vaker dan voorheen, het geeft ons meer vrijheid.”
Start van een gezinshuis
“Wij werkten beiden als pedagogisch medewerker bij Ambiq. We vinden dat het mooiste werk: om met de jongeren aan de slag te gaan naar een zo zelfstandig mogelijk leven. Een collega vroeg ons of we een gezinshuis wilden starten. We werken allebei tientallen jaren met de doelgroep. Daar hebben we voor geleerd. We weten wat de doelgroep nodig heeft en soms kan je zelfs hun gedrag voorspellen.” Susy vervolgt: “Ik dacht dat onze vrijheid er aan zou gaan.” Het tegenovergestelde bleek waar.

Over de verwachtingen die ze vooraf hadden zijn Susy en Henry duidelijk. “Wij hadden veel wisselende diensten in ons beroep. Wanneer de een van ons de nachtdienst uit kwam, ging de ander weer de dagdienst in. We zagen elkaar soms dagen niet. Door een gezinshuis te starten verwachtten we meer continuïteit en vrije tijd. Dat is uitgekomen, voor zowel ons als gezinshuisouders als voor de kinderen in ons huis. Als de kinderen naar school zijn, heb we vrije tijd. Bij wisselende diensten hadden we dat niet.”

“Al na 3 maanden hadden we het gevoel dat een gezinshuis bij ons past. We hebben nog steeds ons privéleven, maar met meer continuïteit en vrijheid dan voorheen. Dat klinkt tegenstrijdig, maar zo ervaren we het echt. We hoeven weinig te rapporteren, omdat we zo veel observeren. We werken vanuit ons gevoel. Het geeft ons ontzettend veel voldoening en rust.”
 
Matching
Voor Susy en Henry is de matching heel belangrijk. Een gezinscoach van Ambiq kijkt of het kind dat een gezinshuis nodig heeft past bij de ouders van het gezinshuis. Ze zijn dan ook heel blij met hun gezinscoach. Ook zijn ouders van kinderen die naar het gezinshuis gaan blij met dit matchingsproces. Zij zijn dankbaar dat hun kind terechtkomt in een gezinshuis dat bij het kind past.
 
“Jeugdzorg weet ons als gezinshuis goed te vinden.” aldus Susy. “Vorige week zijn we nog gebeld door een gezinsvoogd van jeugdzorg. Ze zochten een plek voor een meisje. Dan bellen ze ons direct. Wij verwijzen dan naar de gezinscoach voor een matchingsgesprek.”
 
Susy en Henry krijgen ondersteuning van verschillende partijen. Vanuit Ambiq krijgen ze cursussen als BHV, oplossingsgericht en systeemgericht werken en agressietraining aangeboden. Daarnaast hebben ze een gezinscoach en een orthopedagoog die hen helpt bij de zorg. “Maar voor ons zijn ook vrienden, ouders en buren van onschatbare waarde. Zij helpen ons om even op te passen of om samen te spelen met de kinderen”.

Contact met anderen
Naast meer vrijheid, merken Susy en Henry dat ze meer contact hebben met vrienden, familie en buren. “Met de buren hadden we eerst minder contact, maar sinds we ‘onze’ kinderen hebben is dit veranderd. Zo krijgen de kinderen kleding van buren. Onze buurman heeft bijvoorbeeld voetbalshirts meegebracht van Real Madrid en FC Porto. En met het Suikerfeest kwam een buurvrouw een hele schaal met hapjes langsbrengen.”
 
Het werkt ook andersom. “Wij hebben gisteren een buurjongen mee zwemmen genomen. Even lekker spelen en zichzelf zijn. Je bent flexibel bezig, je kijkt wat de kinderen blij maakt en waar ze zich prettig bij voelen. Ons geeft dat rust, want ook wij hebben lekker gezwommen.”

Susy en Henry vinden dat het leven ook leuk moet zijn. Dat willen ze met het gezinshuis uitstralen. “We lachen elke dag om dingen, en we leven volgens het motto ‘Een dag niet gelachen, is een dag niet geleefd’.”

Huisdieren
Susy en Henry hebben twee honden en een kat in huis. De honden komen uit het asiel, die vangen ze op. “De honden spiegelen het gedrag van de kinderen. Het maakt ze rustiger. Ook leren ze van dieren en krijgen ze respect voor alles wat leeft. Ze begroeten zelfs de honden eerder dan ons als ze binnenkomen”.
 
Ruimdenkender
“Door het gezinshuisouderschap kunnen we heel goed relativeren, we zijn ruimdenkender en we keuren minder af. We maken dingen mee die je gezichtsveld verbreden. Je gaat als het ware mee in de belevingswereld van de kinderen, die van verschillende achtergronden komen. Zo kunnen we nu ook halal koken of gaan we soms naar de kerk vanwege de katholieke achtergrond van een kind!”
Susy en Henry geven ook aan geduldiger te zijn geworden. “We nemen de tijd om na te gaan waarom een kind doet zoals hij doet of denkt zoals hij denkt. Daardoor hebben we ook meer empathie ontwikkeld. Je gaat bij jezelf na: wat vond ik als kind vroeger prettig?” Dat slaat volgens hen ook terug op de kinderen. “Als een van ons ziek is, helpen de kinderen met boodschappen, de was of de honden uitlaten.”

Trots
Henry en Susy zijn trots op hun kinderen, en op de kinderen die het gezinshuis verlaten hebben. “Een meisje kwam hier een aantal jaren geleden binnen. Nu studeert ze aan de Rijksuniversiteit Groningen en kan ze onze leidinggevende worden.”
 
Maar ook andere successen geven hen voldoening. “Twee jongens hebben hun scooterrijbewijs gehaald. Je helpt hen dan met de theorie. Dat zie ik echt als een succes”, aldus Susy. Henry voegt toe: “Ik ben trots op jongeren die weg willen en kunnen. Jongeren die genoeg bagage hebben gekregen in onze huis zodat ze hun eigen leven kunnen opbouwen. Iemand die naar school gaat of wil werken. Ik zie het als een succes als iemand tegen mij zegt dat ik een klootzak ben. Dat betekent dat hij zich veilig bij me voelt.” Bovendien komen kinderen die het gezinshuis al (lang) hebben verlaten met regelmaat op visite of logeren om bij te praten over hoe het met hen gaat.