Linsey wist gelijk dat ze met deze doelgroep wilde werken - Afslag Ambiq

Voor ‘Afslag Ambiq’ heb ik de 25-jarige Linsey gevraagd of zij wilde vertellen over haar werk binnen het Trainingshuis van Ambiq. Ze is nu 7 jaar werkzaam in de zorg en van deze 7 jaar, werkt ze er nu 3 bij ons. “Het is nu een heel ander Trainingshuis dan hoe ik hier ben begonnen. De doelgroep is veranderd en ik merk ook dat wij hierin veranderen qua aansturing en zorg op maat leveren. Als persoon moet je daar zelf ook in meegroeien, omdat het ook van ons als medewerker wat anders vraagt. Maar dat vind ik juist leuk en uitdagend! Het is echt schakelen, meebewegen en zorg op maat leveren.” 

Maar we gaan even weer terug naar hoe het allemaal begon, want hoe is ze bij Ambiq terecht gekomen? ‘Eigenlijk ben ik meteen gestart op het Trainingshuis. Ik had voor mezelf al duidelijk met welke doelgroep ik wilde werken en zo heb ik op de functie gesolliciteerd.’ Ze vertelt me al snel, dat ze enthousiast werd van de manier van werken op het Trainingshuis en hoe leuk de doelgroep daar is. “Ik vind de leeftijd erg tof! Toen ik de vacature online zag komen, wist ik het gelijk: hier wil ik werken!” 
Veranderingen 
Ik vraag Linsey naar wat er anders is, ten opzichte van twee jaar geleden. “We waren toen tussen 10:00 en 14:00 altijd dicht, omdat je dan geen jongeren op het Trainingshuis hebt. Ze zijn dan naar school, werk of naar een dagbesteding. Maar door het coronavirus hebben we het anders aangepakt en zijn we 24-uurs diensten gaan draaien. We hopen het nog wel weer terug te kunnen draaien straks, zodat ze ook leren naar wie ze moeten gaan als wij er niet zijn. We hebben namelijk met onze Ambiq-buren van 30 de afspraak dat de jongeren daarheen kunnen, mochten ze op het Trainingshuis zijn, voor vragen etc.” Wanneer ik verder vraag naar of er eigenlijk groepsregels zijn, antwoord Linsey: “Er zijn een paar vaste groepsregels, maar eigenlijk zijn dit vaak wel de algemene dingen.” Wat Linsey al eerder vertelde is dat ze echt zorg op maat leveren en per jongere kijken naar wat hij of zij aankan. “De één mag bijvoorbeeld wel iets en de ander niet om een bepaalde reden. Dit vertellen we hen ook bij de start van zo'n traject. Iedereen is hier voor zichzelf. Zo kan het voorkomen dat de ander wél iets mag en jij niet. Jongeren moeten zich niet met een ander gaan vergelijken.” 
 
Niet alleen maar de praktische taken 
Wat ik veel terug hoor, maar ook zie aan Linsey, is dat ze het leuk vindt om met deze doelgroep te werken. Vooral het bezig zijn met de jongeren en de doelen die hij of zij heeft vindt ze leuk. Wanneer ik begin over de vooroordelen die aan het Trainingshuis hangen reageert ze: “Er wordt vaak gedacht dat de jongeren alleen maar koken, wassen, schoonmaken en dat het dan klaar is. Nee, dat is het écht niet. Uiteraard zijn wij samen met de jongeren bezig met de praktische taken waar je doelen aan kunt koppelen, maar er is zoveel meer. Vooral op het persoonlijke vlak van de jongere zoals omgaan met boosheid, emoties, wat zeg je wel of niet, hoe bel je met de dokter etc. Dit pakken we samen met de jongere op door het samen te bespreken en de stappen door te nemen. Dát extra zetje is vaak wat de jongere van ons nodig heeft.” Dat is dus wat anders dan ‘alleen’ maar koken en helpen met de praktische taken. Er komt ook heel wat verdieping bij kijken en werken aan de persoonlijke ontwikkeling. 

Ieder heeft zijn of haar eigen kwaliteiten 
Uiteraard staat Linsey er niet alleen voor op het Trainingshuis en heeft ze hulp van nog 5 andere medecollega's. “Als team zijn we goed op elkaar ingespeeld en we hebben allemaal redelijk dezelfde werkwijze. Maar we vullen elkaar ook goed aan op de vlakken, wat een ander bijvoorbeeld niet of wat minder heeft. Dat is echt zo tof!” Op de vraag of er wat zou moeten veranderen in het team vertelt Linsey: “Ik zou het niet weten... We hebben nu zo'n stabiel en sterk team, we kunnen eigenlijk alles wel goed met elkaar bespreken. Zo sparren en overleggen we veel samen en zijn we voorspelbaar naar elkaar toe, maar ook naar de jongeren. Ondanks dat ieder zijn of haar eigen visie heeft, hebben we wel allemaal hetzelfde einddoel waar we naartoe werken.” 

Kijken naar de toekomst 
“Wat je geeft, krijg je hier ook terug!” vertelt Linsey. Het draait bij hen op het Trainingshuis om respect. “Zo werkt het in het echte leven ook, als je voor een baas werkt of op school, bij je vrienden of in een relatie.” Dit is wat ze met elkaar ook bij de jongere proberen over te brengen. Linsey: “Als een jongere bijvoorbeeld brutaal doet, proberen we altijd het gesprek met hem aan te gaan wat maakt dat hij zo doet. Op deze manier proberen we de jongeren zelfinzicht te krijgen, ook met de blik op de toekomst. Dan moeten ze het namelijk zelf doen.” 

Wanneer ik Linsey vraag naar waar zij energie van krijgt en of ze een succesverhaal heeft, kijkt ze me een beetje bedenkelijk aan. “Ik vind het eigenlijk lastig om een succesverhaal te delen, omdat ik ook wel in de kleine dingen energie en succes haal. We zijn als Trainingshuis zijnde een beetje het ‘eindstation’ van de jeugd die bij ons komen. Vanuit hier gaan ze ergens anders heen wat voor diegene haalbaar is. De één gaat naar zelfstandig wonen, de ander met begeleiding enzovoort. Iedere jongere heeft zijn of haar eigen succesverhaal, hoe klein of groot dit ook is. Ik vind het mooi en dankbaar dat ik daar een bijdrage aan kan leveren. Daar krijg ik energie van!” 


Trainingshuis @ Hengelo