'Afslag Ambiq'


 

Afslag Ambiq: Baris vertelt waarom zijn werk bij de CSI zo bijzonder en menselijk is
Uitdagend, leerzaam maar soms ook wel pittig werk. Ja, zo kan ik het werken bij het crisisteam van Ambiq wel omschrijven. Mijn naam is Baris Sakarya, en ik werk sinds juni vorig jaar als ambulant medewerker voor de CSI (Crisis Systeem Interventie) aan de Veenelandenweg in Almelo. In dit stuk vertel ik meer over mijn werk, wat me soms ook emotioneel raakt. 
Wij vangen binnen de CSI gezinnen op waarin het thuis niet langer veilig is. Dit met als doel: zorgen dat een kind/jongere thuis kan blijven wonen of terug kan komen na een uithuisplaatsing. CSI is een ambulante begeleidingsvorm. Dat betekent dat wij bij het gezin in huis komen voor maximaal 12 uur per dag, 7 dagen in de week. Het zijn gezinnen waar de veiligheid van de kinderen een vraagstuk is. Gezinnen kunnen dan terecht op de opnamelocatie (Veenelanden 8-10) in Almelo waar 24/7 begeleiding is met een duur van gemiddeld 16 weken. Dit werk betekent dat je flexibel bent en naast het ambulante stuk ook op een opnamelocatie kan werken. Soms botst het werk met mijn persoonlijke normen en waarden. Ik ben zelf vader en heb een zoontje van 3 jaar. Als ik dan een kind zie in het gezin met een vergelijkbare leeftijd als mijn zoontje, dan doet dit emotioneel wel wat met mij. Ik zit dan soms in tweestrijd met mezelf: je eigen oudergevoel en je hulpverleningsgevoel. Deze tweestrijd maakt dit werk bijzonder, menselijk en krachtig, omdat je continu op jezelf aan het reflecteren bent.

Uitdagende doelgroep om mee te werken  
Ik vind dat de doelgroep voor een CSI-traject breed is: er komt meer bij kijken dan ‘alleen’ een licht verstandelijke beperking. Soms zien we bij de kinderen en ouders dat er sprake is van een normaal niveau, maar dit kan ook gepaard gaan met psychiatrische problemen. Dat maakt dit werk uitdagend. Ik heb voorheen gewerkt bij een psychiatrische instelling, waardoor ik deze kennis en ervaringen meeneem in mijn huidige werk. Het is juist interessant om te achterhalen wat ‘er onder ligt’ bij een gezin: wat maakt het dat een kind of ouder zo reageert en waar komt dit gedrag vandaan? Als ik een CSI-traject instap, zijn dit vragen die ik mijzelf continu stel. 

Geduld, observeren en behandelen  
Ik wacht af én ik kijk. In de observatieperiode kijk ik eigenlijk ‘alleen’ maar naar wat een gezin al doet op basis van vooraf opgestelde doelen. Voor elk startend gezin zijn er namelijk standaard observatiedoelen, die je kunt herleiden naar de 14 punten van het Nederlands Jeugd Instituut. Deze doelen gaan over of ouders aansluiten bij de leeftijdsfase van het kind, of ouders beschikbaar zijn op fysiek en emotioneel gebied en hoe de veiligheid in het gezin is. Zo kom ik erachter naar wat een ouder al kan en doet. Daarna kan ik pas behandelen. Vervolgens kijk ik naar de aandachtpunten van het gezin. Als ik ga focussen op wat de ouder al kan, vergeten we al snel waar de focus op moet worden gelegd: de aandachtspunten. Als ik in het gezin ben en de veiligheid is op dat moment onvoldoende, dan moet ik voor mezelf de keuze maken of ik de regie ga overnemen. We werken per slot van rekening met mensen, en dan is niet alles te plannen. 

Hoe een CSI-traject werkt  
Ik ben, samen met een team, intensief aanwezig in een gezin. Wij zijn bij een gezin tussen de 4 en 70 uur per week voor gemiddeld 16 weken in het beginstadium van het traject. Een traject kan er qua aantal uren in de week verschillend uitzien. Crisis Systeem Interventie (CSI) is er immers voor gezinnen die al allerlei hulpverlening hebben gehad. Vaak van verschillende instanties. Met CSI is er één regisseur die samen met een team aan ambulant hulpverleners in het gezin komt. De laatste 4 weken werken we aan het vasthouden van alle verbeteringen. Zodat ouder(s) en kind(eren) samen positief verder kunnen. Ook na CSI kunnen we nog (minder intensieve) ondersteuning bieden. Door Ambiq wordt een advies gegeven ten aanzien van de eventuele in te zetten vervolghulp.  

Wanneer een CSI-traject eindigt, begint vaak het IOG-traject (Intensieve Orthopedagogische Gezinsbehandeling) binnen Ambiq. Dat is zo, als het goed gaat. In het ergste geval vindt er uithuisplaatsing plaats. Een overdracht van een gezin van CSI naar IOG vind ik belangrijk. Dit doet de regisseur met een IOG-medewerker of de regisseur vraagt dit aan een ambulant hulpverlener. De regisseur zet het gezin op de wachtlijst. Daarnaast spreken we tijdens deze overdracht onze verwachtingen uit en hebben we het over de aandachtspunten in het gezin. Ik zou het namelijk jammer vinden als we ‘dubbel’ werk verrichtten. 

Flexibiliteit, wisselingen, transparant werken én... koffie!   
Mijn werkdagen zien er wisselend uit. Het ligt eraan of ik op de opnamelocatie werk of dat ik afspraken heb in gezinnen. Hoe dan ook, ik start mijn dag áltijd met koffie! Als ik een dienst op de Veenelanden 8-10 heb, dan start ik met een overdracht van mijn collega. Vervolgens begroet ik het gezin dat er (tijdelijk) woont. Als het gezin in de observatiefase zit, dan pak ik mijn laptop en ga ik in het gezin zitten. Ik zit er ‘gewoon’ bij en rapporteer wat ik zie en wat het gezin doet. Dit is het moment waarop wij werken aan het contact met het gezin, veel vragen stellen en een samenwerking opbouwen. Wanneer het gezin in de behandelfase zit, neem ik een stapje terug. Wel op zo'n manier dat ik alles meekrijg, maar dan nemen we bewust wat afstand. In deze fase kijken wij mee en werken wij samen met ouders om doelen te behalen, sturen aan en laten ouders het zelf uitvoeren, met tips van ons. Alleen bij directe onveiligheid nemen wij het over, verder zijn wij er om ouders sterker te maken. We zijn ál-tijd beschikbaar! Wanneer het gezin uit de observatieperiode komt, stelt de regisseur samen met ons de doelen op die bij de behandelfase passen. Dit alles doen we samen in overleg met de ouders. Alles wat ik en mijn collega's zeggen, rapporteren, zien en doen, krijgen ouders mee. Ouders lezen dit onder andere terug in hun rapportages, die wij, zij of samen met de ouders schrijven. De rapportages bespreken we altijd met de ouders zodat we het gesprek met elkaar kunnen aangaan. Transparant werken is iets wat bij CSI het belangrijkste speerpunt is.   

Werk ik niet op de groep, maar kom ik bij het gezin thuis? Dan zit ik er altijd direct ‘midden in’: ik zit in hun leefomgeving en ben direct aanwezig. We behandelen in het CSI-traject de ouders in plaats van de kinderen, omdat de opvoeding van de ouders komt. Ik werk tijdens deze huisbezoeken onder andere met stoomschema's en voer gesprekken met ouders over wat ik heb gezien. Maar soms wanneer er nood aan de man is, neem ik de regie over. Dit doe ik vooral als een situatie onveilig is voor het kind. Het is niet zo dat wanneer ik of mijn collega ingrijpt in een gezin, het kind/jongere uit huis wordt geplaatst. Ons doel blijft: zorgen dat een kind/jongere thuis kan blijven wonen. Tijdens een observatie- en behandelperiode zien wij soms, dat ouders niet leerbaar zijn en handelingen niet veranderen. Het team bespreekt dit in een werkoverleg samen met de regisseur en de regisseur bespreekt dit met een aanmelder, voogd of wijkcoach. De aanmelder maakt uiteindelijk de keuze op basis van ons advies en wat zich daarvoor heeft afgespeeld.  

Teamspirit!  
Wat mij energie geeft binnen de CSI? Dat is vooral het team! Ons team is onwijs leuk en we kunnen goed op elkaar terugvallen. Daarnaast moet je als persoon goed met wisselingen omgaan en dus flexibel zijn. Als team hebben we allemaal dezelfde gezinnen onder ons, waardoor we regelmatig met elkaar afstemmen. Ik kan altijd bij mijn collega's terecht om te sparren. Dat maakt het werken goed te doen binnen de CSI. Je werkt met een regisseur en een team, die op de achtergrond betrokken zijn. Je werkt veel alleen, maar je bent nooit écht alleen.