De voordeur van Ambiq: van aanmelding tot zorg



Alfred Barelds is sinds 1998 werkzaam bij (de voorloper van) Ambiq. Inmiddels werkt hij vooral in het hoofdgebouw in Hengelo als intakefunctionaris, maar hij begon op een behandelgroep aan de Akkerkers in Oldenzaal. Over een Ambiq-veteraan, die precies weet hoe het van een aanmelding tot een daadwerkelijke behandeling komt. 
Alfred werkte in het begin van zijn Ambiq-carrière als groepsleider op de Akkerkers van de toenmalige Eik. Op de intensieve behandelgroep had hij het naar zijn zin. Ook kwam hij soms in contact met mensen van het hoofdkantoor in Oldenzaal, het gebouw stond er immers naast. Zo ontmoette hij Hedwig, de intakefunctionaris van De Eik. “Maar de intakefunctionarissen kwamen ook bij ons op de groep, om te overleggen wat passend was. We dachten met hen mee.” Zo kwam Alfred in aanraking met de functie van intakefunctionaris. De Eik groeide steeds verder. Dus kwam er ruimte voor een nieuwe intakefunctionaris. Waar hij eerst de functie combineerde (intake en op de groep), is hij inmiddels fulltime intakefunctionaris. Alhoewel, Alfred is nog steeds pedagogisch medewerker in de flexpool. Als flexer vang je openstaande ruimtes op in de roosters van teams. “Zo heb en blijf ik een goed beeld houden van wat er leeft op de groepen. Dat kan ik goed gebruiken in mijn werk ‘op kantoor’ “. 

10 jaar Ambiq: er is veel positief veranderd in de zorg en bij Ambiq
Op de vraag wat Alfred in 10 jaar Ambiq heeft zien veranderen, vertelt hij honderduit. Te beginnen bij de Zeer Intensieve Behandelgroepen (ZIB). “De belangrijkste ontwikkeling is de overstap naar het Gezondheidspark. Waar we in de begintijd met onze ZIB-groepen op een soort portable locatie zaten in Almelo, zitten ze nu mooi op de parken in Hengelo en Hoogeveen. Ik vind het fantastisch hoe de ZIB-groepen er nu uitzien. Het zijn schitterende kamers die soms een eigen doucheruimte hebben. Het is groot. En als het even niet loopt, dan kun je altijd bij je buren terecht. Want je buren zijn ook behandelgroepen. De schoolfaciliteit is op loopafstand. Het therapiegebouw is op loopafstand. En heb je ondersteuning nodig van het bedrijfsbureau, dan kun je daar ook even heen lopen. Prachtig.” 

Nadat Ambiq zich in Hengelo vestigde, zijn er twee J-SGLVB groepen ontstaan. J-SGLVB staat voor Jeugd Sterk Gedragsgestoord LVB. “Deze groepen zitten constant vol. Blijkbaar lukt er bij deze groep jongeren de hulpverlening thuis niet. Ze laten zodanige externaliserend gedrag zien dat ze langdurige behandeling nodig hebben. Dat je dat vaststelt en er erkenning aan geeft, vind ik een goede ontwikkeling. Ook dat de organisatie er dan zo op ingericht is.” Dit lijkt haaks te staan op de visie van Ambiq: ambulant, tenzij. “We zetten als organisatie vol in op het ambulante stuk. We mogen echter ook de ogen niet sluiten voor de jongeren die om welke reden dan ook intensieve behandeling nodig hebben. Ik hoop dat er voor hen altijd een plek blijft.”

Alfred ziet een andere ontwikkeling bij de Ouder Kind Behandelgroepen (OKB). “Aan deze vorm is veel behoefte. Ik heb daar zelf ook een aantal keer gewerkt. Als enige man toentertijd overigens. Ik kwam daar een cliënt tegen die net vader was geworden, terwijl ik hem op de Akkerkers in Oldenzaal nog als klein jongetje kende.” Ambiq is er voor jong en oud. Aanmelders komen bij Ambiq voor vragen rondom kinderen, maar ook rondom net geworden ouders of volwassenen. “Ik vind het mooi om te zien dat als een aanmelder zorgen heeft over bijvoorbeeld een jonge vrouw die zwanger is geraakt, dat wij er een antwoord op hebben. Ik vind het zo goed dat iemand die binnenkomt met veel zorgen, die zorgen bespreekbaar kan maken. En dat die jonge vrouw dan leert hoe het is om een goede moeder te zijn en haar zoontje kan zien opgroeien. Dat is toch kicken!” 

Op de OKB zijn ook de ouders op de groep. Ambiq werkt immers systeemgericht, met het doel om uiteindelijk zo zelfstandig mogelijk verder te kunnen. “We staan om de cliënt heen, en die zien we als onderdeel van zijn/haar systeem. Dat zie je terug in de OKB, maar ook in de crisis systeem interventie (CSI) en in de zeer intensieve gezinsbehandeling (ZIG). Daar zie je de ontwikkelingen: afschalen van groepen, meer focus op wat we voor systemen kunnen aanbieden.” 

Er is een aantal behandelvormen ontwikkeld binnen Ambiq naar aanleiding van vragen die binnenkomen bij intake. “Zoals de Zeer Intensieve Traumabehandeling (ZIT) en de observatie- en diagnostiekgroep. Ooit is er aan de Akkerkers in Oldenzaal zo'n groep geopend, omdat de gedragswetenschapper het idee had dat er vraag naar was. Dus openden we die groep. In het begin was het spannend hoor, want er waren niet veel aanmeldingen. Maar daarna begon het te lopen. En daar blijft vraag naar. Het heeft zich enorm bewezen.” 

Van aanmelding naar zorg: Alfred als spin in het web 
Wie meldt dan precies een cliënt aan? “Over het algemeen komt die binnen via een gecertificeerde instelling. Dat zijn onder ander de Jeugdbescherming, William Schrikker Groep en de wijkcoaches van de gemeenten. De gemeente heeft contact met de cliënt. “Sinds de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten in 2015 gaat dit zo. De gedachte is dat als er meer aanmeldingen via de gemeente binnenkomen, er een grotere kans is om laagdrempelig zorg in te kunnen zetten. Er is directer contact tussen de driehoek cliënt, gemeente en zorgaanbieder.” 

De aanmelding komt bij Alfred op twee manieren binnen: telefonisch of via de website. “Wij zijn een instelling voor mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) en bijkomende problematiek. Wij vragen dan uit bij de aanmelding of het een LVB betreft, of dat er bij de ouders sprake is van een LVB. Dan probeer ik uit te leggen dat wij als Ambiq specialistische zorg bieden waar behandelen centraal staat. Je komt namelijk onder andere bij Ambiq als het echt niet anders kan. Er moet een duidelijke hulpvraag zijn, zodat we weten waaraan we gaan werken. Het zorgt dat je met z'n allen naar hetzelfde toe werkt: het antwoord op die hulpvraag.” Bij een aanmelding vindt Alfred het van belang dat er een goed beeld is van de cliënt. Daarna begint de behandeling of de plaatsing op de wachtlijst. Alles wat in dat voortraject zit, omvat de functie van intakefunctionaris. Dat betekent de aanmelding in ontvangst nemen, lijnen uitzetten en duidelijk maken voor de aanmelder dat de cliënt op de juiste plek is. Ook zorgt hij ervoor dat het dossier compleet is en dat zijn collega's op de hoogte zijn. 

Ambiq op het netvlies van aanmelders 
Ambiq is inmiddels als fusieorganisatie al 10 jaar bekend bij aanmelders. “Wij merken dat ze zeggen: als Ambiq het niet meer weet, dan weten wij het zelf ook niet meer. Wij worden dus echt gezien als specialistische hulp. De kracht van onze organisatie vind ik dan ook dat we een grote speler zijn op het LVB-vlak voor jongeren met gedragsproblemen.” 

Aanmeldingen komen niet alleen specifiek bij Ambiq binnen. Dat gaat soms ook via samenwerkingsverbanden. “Samen overleg je dan wat het beste past. Zo zitten we met meerdere organisaties in het Coördinatiepunt Spoedhulp Jeugd Twente. Daar kunnen we bij Ambiq crises of casussen oppakken. Wat opvalt, is dat als er casuïstiek is van een cliënt met een normale begaafdheid, maar die wel veel intensieve zorg nodig heeft, dat ze dan bij Ambiq komen of te overleggen welke zorg passend is. Omdat de problematiek dan heel specialistisch is. Onze (LVB-)aanpak zou dan goed kunnen werken op het grensvlak van het LVB-IQ.” 

Als je het even niet meer weet, dan is daar je team 
Als intakefunctionaris is Alfred de spin in het web tussen het team van Ambiq en de aanmelder. Hij heeft vooral intern contact met het voordeurteam. “Dat doe ik om de hulpverlening zo goed mogelijk vorm te geven. Vanuit de dossiers die we krijgen over de cliënten voeren we gesprekken met aanmelders en de cliënt om advies te geven over de behandeling. Daaraan is een ambulant hulpverlener en gedragswetenschapper gekoppeld. We proberen de informatie zo compleet mogelijk te krijgen. Dan kunnen we goed adviseren en behandelen.”

Dan staat er een team met collega's klaar om met Alfred samen te kijken naar de informatie. Bepaalde casussen kun je nu eenmaal niet alleen oplossen. Zoals een casus van vorige week. “Er kwam een crisis binnen. Ik twijfelde zelf. Het was een moeder die binnen vijf weken haar kindje verwachtte. Ze was doof. Haar partner was de Nederlandse taal niet machtig. Ik vond het heel goed dat die melding überhaupt komt. Ik wist niet of Ambiq dit zou kunnen oppakken. Het was heel fijn dat ik even kon overleggen met de gedragswetenschapper voor dit soort ingewikkelde casussen.” 

Op het moment dat er overeenstemming is over de in te zetten zorg, heeft Alfred contact met de clustermanager en de gedragswetenschapper. Ze kunnen dan beslissen om de zorg van start te laten gaan, of dat de cliënt op de wachtlijst geplaatst wordt. “Maar er kunnen contra's zijn. Denk aan een voorbeeld dat je geen slachtoffers bij daders plaatst op een groep. We kijken naar de passendheid en de tijd die cliënten al op de wachtlijst staan. Je gaat geen kwetsbaar meisje plaatsen op een groep met jongens die een daderverleden hebben. Het blijft een puzzel.” De gedragswetenschapper geeft daarin advies. Zij weten wat een team en een cliënt aankan en wat niet. Ondertussen houdt Alfred contact met de aanmelder. “We proberen zo transparant mogelijk te zijn richting ouders en de aanmelder. Met de collega's gaan we ervoor zorgen dat we voldoende kennis en ervaring hebben om zulke trajecten tot een goede start en afloop weten te brengen.”  

10 jaar Ambiq: en hoe verder? 
Alfred: “Ik denk dat er altijd vraag blijft naar een organisatie zoals Ambiq. Een organisatie die specialistische hulp biedt aan kinderen en (jong)volwassenen wanneer hij of zij al veel hulpverlening heeft gehad. Een organisatie die meedenkt in de hulpvraag van de cliënt. En die daar flexibel mee probeert om te gaan. Hoop dat we dat blijven doen. We hoeven niet alles te kunnen.” 

De zorg verandert. De transitie van de jeugdzorg in 2015 naar de gemeenten is een grote. “We proberen de middelen die we hebben zo effectief mogelijk in te zetten. En zo laagdrempelig mogelijke hulp in te zetten zodat een kind niet uit huis hoeft. Ik hoop dat we blijven inzetten om de cliënten zo ambulant mogelijk te blijven behandelen.” De grootste uitdaging volgens Alfred? “Dat medewerkers flexibel willen en kunnen zijn. Ik zie het voor me dat je echt als hulpverlener naast de cliënt staat. Als de cliënt op de groep zit, sta je als medewerker naast hem op de groep. Als de cliënt dan klaar is om terug naar huis te gaan, dan kun je als medewerker ambulante zorg (bij de cliënt thuis) leveren. Ik weet niet precies wat de toekomst zal brengen, maar dat zou ik een mooie toekomst voor onze cliënten vinden.”