Marion Kiewik gepromoveerd



Marion Kiewik is gepromoveerd op haar onderzoek naar preventie en behandeling van mensen met een lichte verstandelijke beperking en middelengebruik.
Nog altijd zijn er geen wetenschappelijk onderbouwde preventie- en behandelmethodieken voor mensen met een licht verstandelijke beperking (LVB) en middelgebruik/misbruik. Daarom is er dringend onderzoek nodig, zegt onderzoeker Marion Kiewik.

Volgens het SCP hebben ongeveer 2,3 miljoen Nederlanders een IQ tussen de 50 en 85. Met een verslaving aan alcohol of drugs leidt dat volgens Kiewik vaak tot problemen. Daarom is er onderzoek nodig naar hoe je mensen met een licht verstandelijke beperking het beste van hun verslaving af kunt helpen. Zij zijn in zowel de gehandicaptenzorg als verslavingszorg op dit moment niet op hun plek, concludeert Kiewik in het proefschrift dat ze maandag 14 januari succesvol heeft verdedigd aan de Radboud Universiteit. 

Aandacht
Lang is er geen aandacht geweest voor dit probleem. Tijdens het maken van een literatuuroverzicht van de laatste 35 jaar vond Kiewik maar zeven studies die deugen. “Het idee was altijd: deze mensen doen dat soort dingen niet. Mensen met een verstandelijke beperking woonden vroeger vaker beschut, in een instelling. Tegenwoordig zie je dat zorgorganisaties zich steeds meer vestigen in de wijk. Hierdoor komen problemen ook steeds eerder onder de aandacht, bij bijvoorbeeld buren of de wijkagent. 

Internationale onderzoeksagenda
In haar promotieonderzoek doet Marion Kiewik een pleidooi voor een internationale onderzoeksagenda, gepubliceerd in het internationaal vooraanstaand tijdschrift Addiction. Zo blijkt uit onderzoek naar een preventiemethode onder jongeren uit het praktijkonderwijs in de leeftijd tussen 11 en 15 jaar, dat 49% al eens heeft gerookt en 75% al eens alcohol heeft gedronken. Verder bleek dat 15% van deze jongeren voor hun 10e levensjaar wel eens alcohol heeft gedronken en 6% van deze jongeren voor hun 10e levensjaar wel eens heeft gerookt. Onder jongeren uit het cluster-3 onderwijs (vroeger het “ZMLK-onderwijs” genoemd) bleek dat de prevalentie van roken (25%) en het gebruik van alcohol (59,4%) lager lag dan de prevalentiecijfers in (inter)nationaal onderzoek onder jongeren.
 
Het proefschrift eindigt met een aantal aanbevelingen:
  1. Het integraal aanbieden van een behandeling, vanuit diverse sectoren, zal het behandelresultaat zal doen verbeteren.
  2. De behandelingen zullen dan ook moeten bestaan uit een variëteit aan behandelvormen (zoals creatieve therapie, psychomotore therapie of aangepaste cognitieve gedragstherapie), uitgevoerd en gecoördineerd vanuit de samenwerking tussen zowel verslavingszorg alsmede gehandicaptenzorg.
  3. De lijst met aanpassingen van al bestaande behandelingen is weliswaar niet uitputtend en er blijkt geen “one size fits all” oplossing voorhanden, toch kunnen de aanpassingen verdeeld worden in drie categorieën:
  • Het behandelproces: zoals behandelvormen waarbij er gewisseld kan worden in een groepsgewijze of individuele aanpak; het betrekken van belangrijke anderen; het kunnen integreren van andere therapieën of het kunnen wisselen in volgorde van de sessies; de matching tussen therapeut en cliënt.
  • De inhoud van de behandeling: verschillende werkvormen (drama; creatief; rollenspelen; story-telling etc); het oefenen van daadwerkelijke dagelijkse situaties; het gebruik van virtual reality (VR) of augmented reality (AR) om te oefenen in een relatief veilige omgeving; het aanpassen van de behandeling aan specifieke doelgroepen (qua leeftijd, geslacht, comorbiditeit, soort middelengebruik of cultuur).
  • Behandelmethodieken of –materialen: Het eenvoudiger maken van de materialen teneinde de begrijpbaarheid te vergroten; het aanpassen van de taal of van de voorbeelden; het gebruik van plaatjes of het uittekenen van de behandeling.
Lees hier het interview met Marion Kiewik in de Trouw